Piemonte

Ten zuiden van Valle d'Aosta ligt Piemonte, wat letterlijk 'aan de voet van de berg' betekent. Inderdaad ligt Piemonte, een groot gewest waarvan Turijn de hoofdstad is, tussen verschillende bergketens ingesloten. Aan de noordzijde en westzijde wordt de regio begrensd door de Alpen, aan de zuidkant door de Apennijnen van Ligurië die de regio daarmee beschermen tegen het zeeklimaat ten gunste van het continentale klimaat.
Al in de oudheid werd er in Piemonte wijn verbouwd, binnengebracht door de Grieken via de havens van Ligurië. Sindsdien is Piemonte als wijnregio uitgegroeid tot één van de belangrijkste van Italië met maar liefst zeven DOCG's op haar naam! Daarnaast telt de regio nog eens 37 DOC's die samen met de DOCG's verantwoordelijk zijn voor 70% van de totale wijnproductie in Piemonte. Een uitzonderlijk hoog percentage in Italië. De regio heeft geen IGT's.

Op een oppervlakte van 58.000 hectare zijn uiteenlopende druivenrassen aangeplant, het overgrote deel van inheemse oorsprong. Het belangrijkste en internationaal bekendste druivenras is ongetwijfeld de Nebbiolo, basis voor de Barolo, de Barbaresco, de Gattinara en de Ghemme, alle vier met een DOCG-classificatie beloond. Voorts is daar de in populariteit stijgende Barbera, en de om zijn zachte en ronde karakter geprezen Dolcetto. Beide basis voor een groot aantal rode wijnen. In het buitenland is de Piemonte ook bekend vanwege zijn Asti Spumante. Een zeer verfijnde aromatische mousserende wijn van de Muskaatdruif, geproduceerd in de omgeving van de stad Asti en een traditionele begeleider van panettone en andere zoetigheden.

De belangrijkste wijnzones liggen ten zuiden van de rivier de Po, in de provincie van Cuneo (Langa en Roero) en in de provincies van Asti en Alessandria met het dorpje Alba als commercieel middelpunt. Rond het dorpje Barolo, in de provincie van Cuneo, wordt de gelijknamige wijn gemaakt. Ook wel 'koning der wijnen, wijn der koningen' genoemd, vanwege de associatie met oude vorstenhuizen. Aan het sterke, gespierde karakter van deze wijn is af te lezen dat hij stamt uit de dagen dat wijn nog een voedingsmiddel was: 'il vino che è pane'. De Barolo kan zelfs na lange rijping nog ruw en tanninerijk zijn, maar in de meeste gevallen verliest hij juist zijn harde smaak en ontwikkelt zich tot een sensatie in smaak en aroma, waarbij de kleur van granaatrood in diep oranje verandert. De Barolo is uitermate geschikt als begeleider van wildgerechten en andere stevige vleesgerechten.

Hetzelfde geldt voor de wijnen van Barbaresco, een dorpje niet ver van Barolo gelegen waar eveneens stevige rode wijnen van de Nebbiolo vandaan komen. Met de komst van nieuwe vinificatietechnieken en een nieuwe generatie wijnmakers is het gelukt om het oude imago van de Barolo en de Barbaresco, dat van enigszins stugge, ouderwetse wijnen, te doorbreken: de wijnen zijn vandaag de dag toegankelijker en uitgebalanceerder zonder dat daarbij het oorspronkelijke karakter van de Nebbiolo druif verloren gaat.
Net als de Barolo en Barbaresco hebben de Gattinara en Ghemme, uit de noordelijker gelegen provincies, ook enige jaren van rijping nodig om volledig tot hun recht te komen en zijn ook zij uitstekende begeleiders van diverse vlees- en wildgerechten.

Rond Alba worden mooie, zachte wijnen van de Dolcetto gemaakt onder de DOC Dolcetto d'Alba, die aan populariteit winnen in Italië maar zeker ook daarbuiten. Zowel rond Alba als rond Asti worden zeer goede wijnen van de Barbera gemaakt, respectievelijk onder de DOC Barbera d'Alba en Barbera d'Asti. De Barbera is een druivensoort die momenteel veel furore in binnen- en buitenland maakt en die wijnen oplevert die na enige jaren van rijping een goede concurrent van de Nebbiolo's kunnen zijn. De Bracchetto d'Acqui, een rode mousserende wijn, wordt gemaakt ten oosten van Asti en geniet eveneens de DOCG-status. Er worden slechts kleine hoeveelheden van deze zoete, meestal mousserende, wijn geproduceerd en het overgrote deel wordt dan ook in de regio zelf geconsumeerd als dessertwijn bij rood fruit en diverse vruchtentaarten.

Met dank aan Rudy Gielen